Ik moet een jaar of acht geweest zijn. Met spanning keek ik naar de oven om te zien of het mengsel dat ik had gemaakt wel echt zou rijzen. ‘Een soufflé is iets wat alleen topkoks kunnen bereiden’, had mijn mama Odette me verzekerd.
De pistachenoten in mijn eerste soufflé kwamen uit de winkel van mijn moeder Odette. Daar is zij mee gestart op 1 april 1972.
Odette noemde haar zaak de natuur- en dieetwinkel Lombardia.
Ik moet een jaar of acht geweest zijn. Met spanning keek ik naar de oven om te zien of het mengsel dat ik had gemaakt wel echt zou rijzen. ‘Een soufflé is iets wat alleen topkoks kunnen bereiden’, had mijn mama Odette me verzekerd.
De pistachenoten in mijn eerste soufflé kwamen uit de winkel van mijn moeder Odette. Daar is zij mee gestart op 1 april 1972.
Odette noemde haar zaak de natuur- en dieetwinkel Lombardia.
Mijn mama heeft in 1972 de eerste dieetwinkel van België geopend in hartje Antwerpen. Ik deed daar als kind van 7 of 8 al mijn huiswerk na school. Ik heb dus van heel jongs af aan kennis opgedaan van de uitdagingen die mensen ervaren rond gezondheid en het beheersen van hun lichaamsgewicht.
Mijn moeder Odette heeft dus in 1972 de eerste dieetwinkel van België geopend, in hartje Antwerpen.
Het aanbod producten in onze dieetwinkel was niet heel uitgebreid.
We verkochten groente- en vruchtensappen uit Zwitserland en Duitsland, vers zuurdesembrood, knäckebröd en muesli.
We hadden allerlei soorten noten, gedroogd fruit en biologische rijst in bulk.
En verder nog zoutloze crackers, magere kaas in sneetjes en bioconfituur met rietsuiker.
Later volgden theesoorten, losse kruiden en essentiële oliën.

Ik herinner me de eerste klanten van onze dieetwinkel dus heel goed. Dat waren vooral macrobioten (vooruitstrevende mensen die in de jaren zeventig heel consequent met hun lichaam en eten bezig waren), en ook mensen met een voedingsintolerantie of gezette mannen met een doktersvoorschrift: ‘De dokter heeft gezegd dat ik zoutloos en suikervrij moet eten, anders zal ik doodvallen.’ Verder hadden we niet zoveel klanten.
Dat veranderde toen het Atkins-dieet populair werd.
Plots werden er dozen uit de States geleverd met een soort pistolets die bijna niets wogen, en verkochten we cheesecake die door een plaatselijke bakker naar Atkins’ recept was gemaakt. Ineens kregen we massa’s mensen over de vloer.
Dat heeft twee of drie jaar geduurd. Toen werd het weer stiller.
Tot aan de volgende dieethype: Montignac, soepdieet, fruitdieet, bloedgroepdieet, sapjesdieet, koolhydraatarm dieet… Mensen kwamen en gingen, in golven, door de jaren heen.
Maar stilaan groeide de interesse voor gezonde, volwaardige en natuurvoeding bij de lokale bewoners, zodat onze winkel een mooie groei kende.
Toch kwam er bij ons nog altijd veel minder volk over de vloer dan bij de beenhouwer of de visboer. Dat vond ik heel raar. Hoe kon dat nu?
Misschien moesten we in Lombardia meer verse dingen gaan verkopen, bedacht ik als vijftienjarige.
Zo kwam er een kleine koeltoog met biobrandnetelkaas, de eerste vegan burgers en fake scampi’s.

Begin jaren tachtig was het een half mirakel dat wij al vlees- en visvervangers konden aanbieden. En omdat ik muesli heel belangrijk vond, zette ik een grote pluchen beer in de etalage met erbij op een bordje: ‘Van muesli word je beresterk.’ Mensen wisten niet wat ze zagen!
Kort daarna heb ik ’s nachts heimelijk het paneel met ‘dieet’ aan de winkel weg- gehaald, heel symbolisch. Voortaan zou Lombardia alleen nog een ‘natuurwinkel’ zijn. Odette was daar niet echt blij mee, maar liet me wel begaan. Ik wilde iets verkopen wat lekker was en gezondheid uitstraalde! En ineens, toen het woord ‘dieet’ was verdwenen, stapten er veel meer mensen binnen.
Lombardia was een ‘natuurwinkel’ geworden.
Vandaag is zoiets doodgewoon, maar toen was dat visionair. Want op zich hebben gezond eten en een gezonde levensstijl niets met diëten te maken. Wel is het zo dat je door goede, gezonde voeding met betere keuzes en meer verse groenten en vers fruit je lichaam gunstig beïnvloedt. En dat kan tot gewichtsverlies leiden.
’s Middags aten wij – Odette, mijn toenmalige vriendin en ik – in Lombardia dikwijls boterhammen van zuurdesembrood belegd met een vegan smeerpaté of een ‘allerleisla’ en een hoop luzernescheuten.
Op een dag vroeg een van onze klanten uit de fashionwinkel om de hoek of wij voor haar niet ook zo’n boterham konden maken: ‘Dat ziet er zo lekker uit! Kan ik er een kopen?’
Wij wilden er haar een meegeven, dat was gewoon onze lunch en die verkochten wij niet. Maar zij wilde er per se voor betalen.
Een paar minuten later stormde ze opnieuw de winkel binnen met de vraag of we nog zes van die boterhammen konden maken, voor haar personeel.
Dat was de start van een nieuw tijdperk voor Lombardia. Wij waren de eerste in de wijde omtrek die boterhammen met verse scheuten verkocht en dat ging als een lopend vuurtje rond. Het was niet te stoppen.

Kort daarna werkten we vijf soorten belegde broodjes uit met bestaande vegetarische spreads uit Duitsland. Meer bestond er toen niet.
We besloten om ook verse sappen te maken. De allereerste keer kocht ik een zak appelen bij de boer, zette ik een sapcentrifuge in de etalage en hing ik een zelfontworpen gigaposter met fruit op. De volgende dag verkochten we meteen dertig sapjes, wat ons alweer een nieuwe boost gaf.
Toen het herfst werd, stelde een andere klant voor om ook soep1 te gaan maken en ging Odette aan de slag.
En na de soepen begon ik met het bedenken van broodbeleg: Veggie Americain met seitan en Indische kruiden, Red Salsa met tomaat en koriander, Magic Mushroom, Veggie Frankfurter, Thai Magic…
Om de paar maanden verzon ik wel iets nieuws. Bijna alle creaties waren bio en veggie, maar nooit maakte ik iets wat ik zelf niet lekker vond. Toen wilde ik al – en dat wil ik nu nog – alleen maar dingen bedenken die gezond zijn én die mensen echt graag lusten. Het moet toegankelijk blijven.
Uiteindelijk kwam er ook een tafeltje met twee stoelen in de winkel, opnieuw op verzoek van een klant, die graag bij ons wilde komen lunchen.
Met die tafeltjes brak weer een nieuw tijdperk voor Lombardia aan. We groeiden verder en ik bleef ideeën uitwerken.
Steeds meer lieve mensen, vaak artistiek of alternatief, vonden de weg naar Lombardia. De sfeer werd magisch.
Toen de Amerikaanse muzikant en producer Moby in 2009 op het dancefestival Tomorrowland kwam optreden, heeft hij ons ontdekt. Als strikte veganist was hij via internet op zoek gegaan naar een gepaste cateraar in België en botste hij op ons.
Met zijn platenmaatschappij werd afgesproken dat Lombardia enkel een foodbox zou laten leveren op de dag van zijn aankomst.
Maar een paar uur later stond ik, op persoonlijk verzoek van Moby, een hele dag voor hem te koken op Tomorrowland. Vanaf toen wilde hij alleen nog Lombardia-food eten, telkens als hij in België was.

Daarna volgden onder anderen Sting, Maxi Jazz van Faithless en acteur Willem Dafoe. Maar die kwam misschien vooral naar Lombardia voor mijn moeder Odette: hij vond haar de mooiste vrouw op de planeet…

(foto: Wifty.be)
Door de jaren heen ben ik steeds vaker gevraagd als chef, als vegan chef en als ‘Food Wizard’ dankzij mijn zeer uitgebreide kennis van kruiden en andere ingrediënten.
Zo heb ik op televisie gekookt met o.m. Piet Huysentruyt en in het TV programma De Garde van Gert met Gert Verhulst.

Wat ik hier nog niet vermeld heb, is dat ik jarenlang pro-surfer was geweest.
Zo reisde ik naar Spanje, de Canarische Eilanden en Hawaï.
Rond mijn dertigste ben ik gestopt met surfen. Ik had te veel blessures, mijn rechterschouder is ontelbare keren uit de kom geweest, mijn knieën waren kapot. Na vijftien jaar topsport was mijn lichaam op.
Met mijn gewicht was ik tot dan toe nooit bezig geweest, dat interesseerde me niet. Na mijn sportjaren bleef ik vrolijk verder eten: bio en hoofdzakelijk vegan, heel gezond.
Stilaan werd ik zwaarder. Ik ging van 75 kg naar 80 kg. Met de jaren werd dat 85, 89 en 94 kg. Ik kon maar niet begrijpen dat ik bleef aankomen, terwijl ik toch geen ongezonde rommel at. Integendeel, als ontbijt at ik muesli met banaan en sojamelk, als lunch veel noten, avocado (guacamole) en falafel (gemaakt van kikkererwten) en als tussendoortje biokoekjes of een stukje vegan chocolade.
Toen ik 96 kg woog – ik was toen 49 jaar en had intussen drie kinderen – dacht ik voor het eerst: ‘Dit kan niet!’
Toen heb ik geprobeerd om een tijdje veel rauwkost te eten, zonder brood. Met veel moeite raakte ik… vooral mijn goede humeur kwijt. Ik werd ongenietbaar.
‘Alain, eet weer normaal en doe je ding’, zeiden mijn medewerkers in de winkel.
Maar mijn goede vriend Filip de apotheker, met wie ik zo vaak op Hawaï was gaan surfen, peperde mij elke keer dat ik hem zag weer in dat mijn buikvet levensgevaarlijk was: ‘Alain, zie jij je kinderen wel graag? Elke centimeter buikvet is drie jaar minder lang leven!’
De eerste keer dat het mij echt begon te dagen, was toen ik met mijn oma Mouche van 95 de trap nam naar de tweede verdieping. Ik was buiten adem, zij helemaal niet. Zij was beter in shape dan ik!
Bovendien vond ik het lastig om mijn kousen vlot aan te trekken. Toen dacht ik: ‘Nu ga ik nog een keer echt mijn best doen.’
Tijdens onze vakantie in Spanje heb ik toen, zonder Alida iets te vertellen, op een paar dingen gelet: geen sangria, geen churros, elke dag zwemmen, dik tegen mijn zin en met pijn in mijn rechterschouder.
Toen we na een paar weken weer thuiskwamen, zette ik de koffers binnen en spurtte ik onmiddellijk naar boven, naar de weegschaal, overtuigd dat ik nu eindelijk weer 92 kg zou wegen. Dat moment vergeet ik nooit meer.
De cijfers van onze digitale weegschaal toonden: 99,8 kg. Vol ongeloof ben ik van de weegschaal gestapt. Ik probeerde het op- nieuw: 99,8 kg. Amai, dit kan niet! Ik. Wil. Nooit. 100 kg. Wegen. Dat was drie maanden na mijn vijftigste verjaardag.


Ik ben onmiddellijk naar mijn kruidenlab in de kelderverdieping van ons huis gelopen. Daar ben ik tussen al mijn kruiden en plantenextracten gaan staan en heb ik voor het eerst grondig nagedacht. Wat is er mis met mijn lichaam? Hoe voel ik me echt? Wat doe ik nu eigenlijk verkeerd?
Eén: je eet véél te veel. Je vreet jezelf een ongeluk, ook omdat je al je sportvriendjes kwijt bent en dat je soms triestig maakt. En zelfs al is alles wat je eet gezond, toch word je zo dik als een olifant. Hoe kan dat nu?
Twee: je eet suikers van ’s morgens tot ’s avonds. Zonder dat ik het wist, was ik in die jaren serieus suikerverslaafd geraakt. In Lombardia kwamen de buren al eens pralines brengen, in al die biowafeltjes zit agavesiroop, kokosbloesemsuiker of palmsuiker, en de meeste vegan burgers bevatten aardappelen, suikers en vetten. Ik at dus te rijk en te krachtig, terwijl de enige sport die ik nog deed op mijn gsm tokkelen was, zoals Odette opmerkte.
Verder besefte ik dat ik overdag heel weinig dronk: één gemberthee, niets anders.
Toen, daar in mijn kruidenlab, wilde ik uitzoeken hoe ik opnieuw fit en slank kon worden. Ik wilde weer een gezonde papa zijn die met zijn kinderen kon spelen en een spurtje kon trekken zonder na drie seconden in ademnood te komen.
Ik wilde niet meer de hele dag door honger hebben, maar mijn zaak met duizend procent energie kunnen runnen.
Een paar dagen lang heb ik toen gewerkt aan een krachtig afslankmiddel voor mezelf.
Alle kennis en ervaring die ik tijdens die 48 jaar in de natuurvoeding- en de dieetsector had verzameld, kon ik nu toepassen in de receptuur. Mijn drankje werd een mengeling van vetverbrandende kruidenextracten en krachtige fruitvezels, die me naar een gezond gewicht zouden brengen.
Ik koos onder meer voor Opuntia ficus-indica, die de gewichtscontrole ondersteunt en een gunstige invloed op het vetmetabolisme heeft.
Daar voegde ik nog een heleboel andere kruiden aan toe, telkens vanwege hun specifieke werking.
Ik begon mijn drank consequent te gebruiken en mensen zagen mij wegsmelten. Ik was er honderd procent van overtuigd dat mijn formule me op een gezonde en verantwoorde manier zou laten afvallen, maar had niet verwacht dat het zo snel zou gaan.
Zelfs toen ik een tijd stopte met mijn mix, raakte ik nog gewicht kwijt. Dat vond iedereen intrigerend: je stopt en er is geen jojo-effect. Integendeel.

Sommige Lombardia klanten die mij hadden zien afslanken, vroegen me intussen of ik dit drankje ook niet voor hen kon maken.
Maar dat was niet de bedoeling, ik had dit enkel voor mezelf gemaakt.
Maar uiteindelijk werd mijn moeder Odette zo gek van al die mensen die maar naar het drankje bleven vragen dat ik voor één goede klant twee potten heb gemaakt.
Toen de mix bij haar begon te werken, is haar hele vriendenkring gevolgd. De vraag bleef komen.
En zo groeide mijn persoonlijke afslankmix eerder toevallig uit tot SkinnyLove: een honderd procent natuurlijk afslankmiddel met Opuntia ficus-indica aangevuld met fruit- vezels, prebotische voedingsvezels en andere krachtige kruiden.

Perfectie bestaat niet. Zeker niet in het echte dagelijkse leven. In mijn coaching voorzie ik daarom een wekelijkse cheat day.

Iedere persoon is anders. Ieder lichaam is anders. Wat voor jou goed werkt is anders dan voor een ander. Jouw uitdagingen pakken we één-op-één aan. Zodat jij écht geholpen wordt.

Veel mensen denken dat gezonder eten inhoudt dat je bepaalde dingen niet meer mag eten. Dat je smaakassortiment verarmt. Ik ga in je coaching voor het omgekeerde. Ik verrijk je smaak- en ingrediëntenpallet

Geen complexe en onverstaanbare praatjes. Wel heldere, direct bruikbare tips & tricks.
Leg een kennismakingsgesprek met me vast. Ik bel je dan via Whatsapp en we praten met elkaar.